U bevindt zich hier: Pretpark Interviews Hans van den Berg

Hans van den Berg

Geschreven door: Jules

Avonturenpark Hellendoorn is groot geworden als familiepark. De heer Hans van den Berg heeft jaren lang samen met zijn broers het park gerund. Hij nam de tijd om te vertellen over zijn leven bij het Avonturenpark.

Laten we bij het begin beginnen; Wie is de heer van den Berg en wat heeft hij met het Avonturenpark te maken?
Ik ben geboren in het Avonturenpark, zij het dat het nog geen Avonturenpark was. Het was toen een restaurant met een speeltuin. Toen ik in Tilburg ging studeren, heeft mijn vader de horeca verkocht en alleen de speel- en sprookjestuin overgehouden. Maar die formule liep niet: Twee eigenaren voor eigenlijk één stuk amusement met horeca erbij. Dat werd een hele hoop trammelant. Door die toestanden werd mijn vader ziek. Ik ben toen vervroegd uit dienst gekomen om de zaak te leiden – ik was de oudste zoon. De broers die er later bij zijn gekomen waren 7 en 9 jaar jonger.

Hoe was het om op te groeien in die tijd van het sprookjespark?
Ach, het was een hele normale jeugd. Je besefte niet dat je ouders een specifiek bedrijf hadden. Zo specifiek was het ook niet. Ik heb het vooral aan mijn kinderen gezien; die vonden het leuk als er geen klanten waren. Als er familie of kennissen kwamen en die zeiden van “Goh, gaan we gezellig het park in. Gaan jullie mee?” Dan moesten ze met tegenzin ja zeggen, want ze konden ook geen nee zeggen. Maar zij hadden er geen behoefte aan om in de rij te gaan staan. Het was dus een beetje een haat/liefde verhouding.

U bent vanaf redelijk jonge leeftijd al professioneel betrokken bij het park?
Ja. Ik heb als 10-jarige al friet staan bakken. Dat was nog voordat mijn vader de horeca weg deed. We hadden een groot gezin en het motto was “alles wat handen heeft kan helpen”.

U hebt dus ook redelijk wat verschillende taken gehad?
Van toilet schoonmaken tot ceremoniemeester.

Is er in de loop der tijd veel veranderd in de manier waarop een pretpark “werkt”?
Ik ben ongeveer parallel met de introductie van de pretpark-business meegegroeid. Zoals mijn vader het had was het heel prematuur. Vroeger ging je gewoon even naar een speeltuin, dat was je dagje uit van het jaar. Langzamerhand kwamen daar dus meer mechanische attracties bij. Het is zelfs zo dat toen wij het restaurant terugkochten, een hele grote transactie in 1977, Slagharen net de all-in prijs had ingevoerd. Het werd daar toen enorm druk, het was een gigantische succesformule. Maar mensen vonden dat toch, heel voorzichtig gezegd, iets teveel een kermis. De Efteling nam toen het leiderschap in Nederland over, maar die hadden te weinig attracties voor het aantal mensen dat ze ontvingen. Daar stonden heel erg lange wachtrijen. Wij hebben geprobeerd daar tussenin te gaan zitten. Een hogere thematische graad, hoewel we ons niet konden veroorloven om zulke grote, dure attracties te bouwen als De Efteling. Maar we zorgden wel dat we heel veel attracties hadden in verhouding met het aantal mensen dat we ontvingen, zodat mensen ieder uur heel veel konden doen.

Geografisch gezien ligt Hellendoorn natuurlijk behoorlijk dicht bij Slagharen. Was er altijd veel te merken van concurrentie?
Ja, absoluut. Toen Slagharen in opkomst was, zogen ze alle schoolreisjes bij ons weg. Maar toen het iets teveel een kermis werd en wij wat meer begonnen te bieden, kregen we die stroom weer terug. Het waren golfbewegingen. In die tijd begonnen dierenparken thematisch ook steeds meer te doen. Geen aapje meer in een kooi maar een hele andere presentatie, waardoor ze ook een heel andere rol kregen in de recreatie.

Hebben parken als Walibi of Disneyland veel invloed gehad op het succes van Avonturenpark Hellendoorn?
Ik denk een positieve invloed, met name van Disney. Er was altijd een beetje de sfeer dat het not-done was om naar een pretpark te gaan. “Ons soort mensen gaat daar niet heen”. Ons soort mensen ging ineens wel naar Disney, met hele grote verhalen. Dan kwamen ze toch in aanraking met parken en hoorden ze dat Hellendoorn een heel leuk verzorgd park was (dat mochten we rustig van onszelf zeggen). In die stroom pik je dan toch wat mee.

Hellendoorn is niet bepaald de grootste plaats van Nederland. Heeft de drukte van het park weleens tot spanningen geleid bij de inwoners?
Meer tegenover de instanties, die meenden zich overal mee te moeten bemoeien. De echte Hellendoorners zoals ik ze ken, ik ben in ’45 in Hellendoorn geboren, die waren apentrots op het park. Die vonden het prachtig wat je deed. Ja, er waren altijd wel een paar die aan het rand van het park woonden en soms wat geluid van het park opvingen of iets konden zien – een paar bezwaarmakers had je altijd wel, maar in zijn algemeenheid werd je flink ondersteund.

Het park ligt wel in het bos natuurlijk.
Dat was een voor- en een nadeel. Daardoor had je een prachtige entourage, maar ook enorm veel druk van milieuaspecten.

In vroegere tijden zijn er weleens attracties gebouwd die geïnspireerd lijken door klassiekers van Disney. Is dit toeval?
Er zijn natuurlijk een aantal geliefde thema’s die elk park wel heeft, zoals cowboy/western, maar er zijn er veel meer. Toen ik bijvoorbeeld de Sungai Kalimantan bouwde wou ik er een extra dimensie aan geven. Het was niet de eerste rapids in Nederland. Ik was net met mijn vrouw op vakantie geweest naar Indonesië. Ik was daar zo van onder de indruk dat ik iets wilde hebben in die sfeer.



Het is wel frappant natuurlijk; een paar jaar later kwam Disney met een rapids in een gelijksoortig thema…
Ja, inderdaad. Ik ben natuurlijk wel een beetje trots dat ik daar de uitvinder van ben.

Er zijn een redelijk aantal attracties in het Avonturenpark te vinden van Vekoma. Is dat toevallig of is het gewoon praktisch om een Nederlands bedrijf in te schakelen?
Het zijn gewoon de beste bouwers. Ik denk dat je rustig mag zeggen dat Vekoma topproducten levert. En door branchevergadering kende ik de familie Houben al. Zo is het eigenlijk gekomen dat je dan daar een achtbaan gaat bestellen. Hoewel we natuurlijk de Zierer Avonturenslang al hadden.

In hoeverre was u, persoonlijk en als park, betrokken bij het ontwikkelen van nieuwe attracties?
Honderd procent. We hebben alles zelf ontworpen, of het nou een theater was, een entree of een attractie. Ik kan gelukkig heel aardig tekenen en schilderen. Ik maakte schetsen van mogelijke thematieken. Ik schaam me er niet voor om te zeggen dat ik dan de buitenlandse reizen afsprak om te zien wat er allemaal is en wat mooi is. Met de managementstaf maakten we dan de keuze welke richting we op gingen wat betreft thematiek. Als dat vastgesteld was maakte ik een min of meer definitief ontwerp, en dan kwam onze kunstenaar om te hoek kijken, omdat ik geen tijd meer had. Die moest die dingen dan uitwerken. En daarmee ga je dan naar een constructeur die dan gaat vertalen wat er mogelijk is.

Zijn er weleens plannen geweest voor attracties die uiteindelijk het levenslicht niet gezien hebben?
In plaats van de Tornado had ik de Boomerang willen bouwen. Heel Nederland had nog geen Boomerang – alleen Bellewaerde had er al één. Ik had er zelfs de subsidie al voor binnen. Ik werd voor 30 procent gesubsidieerd door ontwikkelingsmaatschappijen. Er is alleen nooit een vergunning voor verkregen. De uiteinden van de attractie waren 10 meter te hoog. Ook de Tornado was eigenlijk te hoog, die heb ik toen in een kuil gezet.



Maakte u lange uren om het park draaiende te houden, en wat is de drukste tijd van het jaar als directeur?
De spannendste tijd was de zomer; het topseizoen en de topdagen in het voorjaar zoals Pinksteren en Hemelvaart. Dan moet je van nul ineens in de hoogste versnelling schakelen. De winter was voor mijzelf wat betreft planning echt een toptijd. Zeg maar van januari tot Pasen.

Wat is de grootste uitdaging geweest in uw carrière?
Ik moest in 1977 de horeca terugkopen voor vier keer te marktprijs. Om dat financieel waar te maken, het terug te verdienen, daar hebben we 15 jaar over gedaan.

Wat was uw favoriete attractie of onderdeel van het park?
Ik denk toch de Canadian River. Dat was de eerste echte grote attractie die we bouwden en ook de eerste in Nederland. Daar hebben we echt naam door gekregen.



Wat waren de grootste successen van het park?
Dat was ook die Canadian River. De bezoekersaantallen zijn daardoor echt geëxplodeerd. Die zijn na die tijd ook weer teruggevallen, omdat we nog een pakket aan het bouwen waren. Je had een stuk of 12 attracties, waaronder één hele grote. Ik moest eerder een breder pakket gaan maken, zodat mensen zich een dag lang konden vermaken.

Heeft de Tornado ook nog veel invloed gehad op de bezoekersaantal?
Het klinkt heel raar, maar waarschijnlijk niet. Het nieuwe van een achtbaan over-de-kop was eraf. Maar als je ‘m niet had, telde je niet mee. Qua imago van het park en voor het pakket, hoorde hij er gewoon bij.

Zijn er ook dieptepunten geweest?
Ja. 3 á 4 jaar na de Canadian River vielen de bezoekersaantallen terug, terwijl je wel op een wat grotere voet leefde. Dat hebben we toen opgelost door er heel stevig aan te werken, je positie te kennen en vooral ook je zwakke punten.

Waarom is er uiteindelijk voor gekozen om het park van de hand te doen?
Dat is een heel complex verhaal. Het had te maken met de oriëntatie naar de toekomst toe en met het feit dat je fysiek je grenzen bereikt. Het park produceerde fantastische cijfers, waardoor het park een all-time high, wat waarde betreft had. Dan kun je heel hard door blijven werken, maar je kunt het ook verkopen en zeggen van “dat is prachtig, en nu komen mijn mooie jaren”. Op je hoogtepunt stoppen.

Komt u nog wel eens terug in het park?
Ik ben afgelopen zomer voor het eerst in 8 jaar geweest. Dat kwam, omdat een paar oud-managers van me, die er nu nog werken, het me kwalijk begonnen te nemen van “jij komt nooit, maar wij doen ook leuke dingen. Wij hebben jou bewonderd, maar je neemt geen tijd om eens te kijken wat wij doen.” In de tussentijd heb ik kleinzoontjes. Het was een prachtige aanleiding om met de kleinzonen en met mijn zoon en dochter eens te gaan kijken. Ik moet zeggen dat ik erg enthousiast was. Ik was vooral enthousiast, doordat de Sungai Kalimantan, de Rioolrat en al die attracties die er staan, die ik heb gepland, nu pas volwassen zijn geworden. De weg naar de Sungai Kalimantan was nog wel steeds hetzelfde, maar je loopt nu compleet onder de bamboe en helemaal in de thematiek, zoals het bedoeld was.

Tot slot: Hoe ziet u de toekomst van het fenomeen “pretpark” in Nederland?
Ze zijn in een rustiger vaarwater gekomen. In onze tijd moest je ieder jaar wat nieuws hebben, want de concurrentie had ook wat nieuws. Maar al die parken hebben nu pakketen van tussen de 25 en 40 attracties en ze hebben allemaal een aanbieding die een dag lang amusement garandeert voor de bezoekers. Pas als je uit je jas groeit wat aantal bezoekers betreft zal je opnieuw moeten investeren, maar je hoeft niet meer te investeren, omdat de concurrent dat ook doet. Je kunt iedere keer wat doen aan kwaliteitsverbetering, vervanging van attracties. Attracties slijten ook, dat is volstrekt normaal, maar toen had je echt een druk. Je ziet nou dus, Hellendoorn is onderdeel van een groep van 17 parken, dat er attracties uitgeruild worden. De zweefmolen die afgelopen jaar in Hellendoorn is gekomen, komt uit Panorama Park in Duitsland. Zo wordt er wat gerouleerd om toch weer wat impulsen te geven. Dat is de huidige tijd.

Hartelijk dank voor dit interview.
Graag gedaan.

Copyright Coasterplace 2004 - 2008 Algemene voorwaarden | Disclaimer | Contact